De volledige oppuntstelling en het therapeutisch traject

De volledige oppuntstelling
 


Wanneer borstkanker wordt vastgesteld is het noodzakelijk om aanvullende onderzoeken uit te voeren. We maken een onderscheid tussen het bilan van de tumor zelf en het uitsluiten van eventuele metastasen of uitzaaiingen op afstand. 


Het lokale bilan

Het klinische onderzoek, de mammografie, de echografie en de anatomopathologische resultaten van de eerder uitgevoerde punctie of biopsie laten toe de diagnose van borstkanker te stellen.

Vaak vraagt de senologische chirurg een magnetische resonantie van de borst om een duidelijk beeld te krijgen van het letsel en zijn omvang. Tegelijkertijd wordt de andere borst nogmaals gecontroleerd.


De volledige oppuntstelling

Vier belangrijke onderzoeken zullen u worden voorgeschreven om de afwezigheid van metastasen na te gaan.

Een bloedproef zal toelaten abnormale veranderingen in het bot of van de lever na te gaan. Deze test laat ook toe de tumormarkers te doseren, niet als diagnostisch middel maar wel om later de evolutie van de ziekte te kunnen opvolgen.

De radiografie van de longen en de echografie van de lever zijn de meest doeltreffende onderzoeken.
Soms echter kan de uitvoering van een CT-scan verkozen worden om meer precieze aanwijzingen over de toestand van longen en lever te verschaffen.

De botscintigrafie, uitgevoerd in de dienst nucleaire geneeskunde, laat toe na te gaan of het skelet intact is. Dit onderzoek is niet pijnlijk en niet gevaarlijk, noch voor u, noch voor uw omgeving. Het kan, indien nodig, met gerichte radiografieën van de beenderen worden aangevuld.

Een cardiologisch onderzoek zal worden uitgevoerd om de goede werking van het hart na te gaan, wat gebruikelijk is voor een chirurgische ingreep. Een echografie zal worden uitgevoerd wanneer chemotherapie moet worden opgestart.

Indien nodig kunnen ook nog bijkomende onderzoeken worden voorgeschreven, zoals de PETscan. Dit onderzoek maakt het mogelijk de aard te bepalen van specifieke letsels die door conventionele radiografie of op de scanner zichtbaar zijn.



Het therapeutisch traject

Wanneer de resultaten van het senologische bilan en van de verdere onderzoeken bekend zijn, wordt uw dossier tijdens de wekelijkse multidisciplinaire vergadering besproken. Het doel is u de behandeling voor te stellen die het beste aansluit bij uw klinische en persoonlijke toestand.

Twee situaties komen het vaakst voor:


• Indien u geopereerd moet worden
zal een senologisch chirurg u opvolgen. Deze zal u een tumorectomie (borstsparende chirurgie) of een mastectomie (borstamputatie) voorstellen. De beslissing zal afhangen van de grootte en de lokalisatie van de tumor, maar ook van andere parameters die de chirurg met u zal bespreken. De ingreep gaat gepaard met de verwijdering van een schildwachtklier of met een okseluitruiming.

De borstreconstructie door een plastisch chirurg, ofwel meteen - dan opereren de gynaecoloog en de plastische chirurg samen - ofwel in een later stadium, kan ook worden overwogen. Deze therapeutische keuzes worden in gezamenlijk overleg met u genomen.

Na de chirurgische ingreep wordt een meer gedetailleerde anatomo-pathologische analyse van de verwijderde tumor en de klieren uitgevoerd. Het verdere verloop van de behandeling zal afhangen van de uiteindelijke resultaten van deze analyses.

Ofwel moet geen bijkomende behandeling worden uitgevoerd, ofwel volgt een nabehandeling met chemotherapie en/of radiotherapie, en/of hormoontherapie. Chemotherapie en/of immuuntherapie dienen om het risico op uitzaaiingen te verminderen (men spreekt dan van adjuvante chemotherapie). Radiotherapie is erop gericht de kans op recidief of herval ter hoogte van de borst te verminderen. Hormoontherapie dient zowel om het risico op herval ter hoogte van de borst als andere organen te verminderen. De aanvankelijke tumor dient wel gevoelig te zijn voor hormonen.

Al deze behandelingen kunnen elk op een moment in het therapeutisch traject van de patiënte toegepast worden.


• Soms kan een operatie niet onmiddellijk worden uitgevoerd,
ofwel omdat de tumor een ontstekingsreactie (= inflammatoire borstkanker) heeft veroorzaakt ter hoogte van de borst en/of omdat de tumor te groot is. In deze gevallen wordt eerst chemotherapie toegediend (=neo-adjuvante chemotherapie) om de inflammatoire reactie te laten verdwijnen en/of de tumorgrootte te verminderen, waardoor soms borstamputatie kan worden vermeden.

Chemotherapie en hormoontherapie kunnen ook worden voorgesteld om metastasen te behandelen.

Wat ook het verloop is van uw therapeutisch traject, bij elke fase wordt er over uw behandeling tussen de chirurgen, gynaecologen, plastische chirurgen, oncologen en radiotherapeuten wekelijks overleg gepleegd.